Leerstof klas 1 tot 6

Hoe werken we?

Het Steineronderwijs werkt  niet met handboeken of handleidingen.De klastitularis verwerkt telkens zelf de leerstof en past ze op een eigen, kunstzinnige manier toe in de klas.

De kinderen leggen hun eigen werkschriften aan waarin ze schrijven en tekenen. De juf of meester brengt en oefent de leerstof op verschillende manieren. Zo spreekt het de leerstijl van elk kind aan. Bovendien bekijken we leren als méér dan enkel je hoofd gebruiken: het hele lichaam leert mee tijdens de lessen.. In een Steinerschool wordt geleerd met hoofd, hart en handen!

De leraar werkt vanuit zijn of haar vertrouwensband met het kind, vanuit zijn liefdevolle autoriteit. Al vanaf de eerste klas is merkbaar hoe de eigen juf of meester een bijzonder iemand is voor het kind. Omdat we vanuit de kracht van deze verbinding tussen leraar en leerling werken, volgt een leraar zijn of haar klas 6 jaar lang. In die zes jaar groeit de leraar mee met de kinderen en hun ontwikkeling. Dit meegroeien is een heel boeiend en mooi proces voor zowel leerling als leraar! Je vindt hierover nog meer info in onze zorgvisie terug.

Welke lessen krijgt je kind?

Elke dag start in de lagere school met periodeonderwijs. Kinderen krijgen in een periode van 3 of 4 weken elke ochtend taal, rekenen of wereldoriëntatie (‘heemkunde’). Dit maakt het voor je kind mogelijk zich echt met een onderwerp te verbinden, een thema helemaal uit te diepen en van verschillende kanten te belichten. Taal en rekenen worden anders aangebracht als in het klassieke onderwijs, meer vanuit inzicht en afgestemd op de ontwikkelingsleeftijd van de kinderen. Je kind verwerft sommige vaardigheden op die manier iets later verworven, maar blijken wel met meer begrip verworven te zijn.

Wil je meer weten over wat je kind zal leren in de 6 leerjaren tijdens het periodeonderwijs? In de eerste klas leren de kinderen de letters vanuit aangeboden beelden uit sprookjes. Uit het verhaal over een beer, vloeit dan de les over de letter ‘B’ voort. Zo kan de letter K de koningsletter zijn of de R de Roodkapjesletter. Na verloop van tijd noemen we de letters gewoon bij hun naam.

Omdat de kinderen van de eerste klas nog een verfijning van hun schrijfmotoriek te ontwikkelen hebben, leren ze eerst in blokletters schrijven en lezen. Rekenen tot 20 leert je kind door het te doen: kastanjes tellen, tellen hoeveel keer je kan touwtjespringen, … De vier bewerkingen worden inzichtelijk aangebracht. In heemkunde (wereldoriëntatieleert je kind over de seizoenen en het jaarritme vooral vanuit het doen: knutselen, werken in de tuin, …

In de tweede klas leren de kinderen het lopend schrift. Technisch lezen oefenen we intensiever en je kind leert de open en gesloten klankgroepen.

Je kind leert rekenen tot 100 en n de tafels vanuit de beweging. De tafelrij wordt telkens klassikaal opgezegd. Vb. de tafelrij van twee leren we door te stappen als een kapitein met een houten poot: 1 2 3 4 5 6 enz.s.

De verhalen die in de tweede klas verteld worden zijn de dierenfabels zoals van de Vos en de Raafen de heiligenlegenden.

In heemkunde komen de maanden van het jaar, het samenwerken en de organisatie in de natuur zoals bijvoorbeeld bij de bijen en de analoge klok aan bod.

In de derde klas luisteren de kinderen naar verhalen uit het Oude Testament.

Wereldoriëntatie wordt tastbaarder: je kind leert over het boerenleven door zelf buiten te werken en er komt een bouwperiode en ambachtenperiode!

Je kind iets heel handig in de rekenles: het cijferend rekenen. Na het klassikaal opzeggen in de tweede klas, leren de kinderen ook de maal- en deeltafels individueel opzeggen en gebruiken. Rekenen gaat nu tot 1000 en je kind start met rekenen in euro. Bij taal komen hoofdlettergebruik en interpunctie aan bod en woordleer: leren herkennen van werkwoorden, naamwoorden, onderscheid enkelvoud- meervoud, enzovoort.

In de vierde klas komen de kinderen tot een nieuwe ik-beleving als individu. Ze krijgen mens- en dierkunde.Tijdens aardrijkskunde komt je kind meer te weten komen over de plek waar ze opgroeien: hun schoolomgeving, de stad Geel en de Kempen. Je kind leert  eenvoudig kaarttekenen en zich oriënteren.  We leren  breuken kennen en de getallenwereld breidt zich uit tot 10 000. We oefenen verder op de tafels en meten. Wee leren alfabetisch rangschikken, splitsen in lettergrepen, verschillende werkwoordtijden en oefenen op werkwoordvervoegingen. De verhalen komen uit de Noorse en Germaanse mythologie.

In de vijfde klas leren de kinderen de kommagetallen kennen en gebruiken en tellen en rekenenze tot 100 000. Metend rekenen wordt complexer met het omzetten van maateenheden en ook alle bewerkingen met breuken komen aan bod.

We breiden woordleer en we maken een  startmet zinsleer waarop we verder bouwen in de zesde klas. Kinderen geven een spreekbeurt voor de klas. Spellingsmoeilijkheden breiden we uit en het hoogste niveau van technisch lezen moet in zicht zijn. Je kind gaat stapje voor stapje verder de wereld in waardoor aardrijkskunde zich uitbreidt van België naar de rest van Europa. We lerenook over economische aardrijkskunde : de weg van een product. Ze krijgen plantkunde. Het vak geschiedenis doet zijn intrede met de geschiedenis van de oude culturen uit India, Perzië, Mesopotamië en Egypte en later in het jaar komen de Grieken aan bod. Uit al die oer- en klassieke culturen komt dit jaar de vertelstof.

In de zesde klas leert je kind ook de spelling van woorden uit andere talen en bouwen we verder op demoeilijkheden uit voorgaande jaren. Zinsleer breidt verder uit en we oefenen stevig op zelf teksten schrijven. Bij rekenen verkennen we de getallenwereld nog verder zowel voor als na de komma. Ook meetkunde passeert de revue: de kinderen leren met passer en liniaal de mooiste vormen construeren! Voor wereldoriëntatie staat er heel wat op het programma in de zesde klas: aardrijkskunde van de wereld en weer en klimaat, mineralogie, geschiedenis van de Romeinen en de Middeleeuwen en natuurkunde (of fysica).

Naast de periodelessen hebben de kinderen ook meerdere oefenuren per week.

Vanaf klas 1 leert je kind  Engels en Frans. In de eerste jaren gebeurt dit spelenderwijs vanuit de nabootsing met liedjes en versjes.

Elke ochtend zingen of musiceren we  één keer per week is er muziekles.

In tuinbouw werkt je kind samen met de klasgenoten in de tuin volgens wat er op dat moment in het jaar aan werk te doen is.

Tijdens decreatieve vaklessen leert je kinderen vormtekenen, schilderen, handwerk en houtbewerking. Deze vakken helpen  bij de wilsvorming en de gevoelsontwikkeling bij je kind.

Eén keer per week werkt je kind ook aan zijn fysieke vorming tijdens de turn- of zwemles.

 

Klaar voor het middelbaar

Na de 6 leerjaren, zijn de kinderen klaar voor het secundair onderwijs!

Zij kunnen doorstromen naar

  • één van de secundaire scholen in Geel of andere buurgemeenten doorstromen
  • Steinerschool van Turnhout (A- stroom)
  • de school van Lier (A- stroom en B- stroom duurzame bouw)
  • scholen in het Antwerpse.

Onze leerplannen en verdere achtergrondinformatie zijn ook te vinden op de website van de Federatie voor Steinerscholen Vlaanderen.